Header Sfeerbeeld nazomer potten met stiften school begint

steun adv kwd

Volg ons op facebook

Dertiende zondag door het jaar B

Wees niet bang, maar blijf geloven!

zondag 1 juli 2018

Verwerking

Een verwerking dient om het gesprek met en tussen de kinderen op gang te helpen. Het is er op gericht om het Evangelie en het leven van de kinderen samen te brengen. Door op een speelse manier om te gaan met het Evangelie ontstaat er contact en beleving.

Verwerkingen kunnen gesprekken zijn, gevolgd door een activiteit, een spel, een knutsel of een werkblad. Deze laatste elementen worden gevonden onder de knop Extra's.

Gesprek met de kinderen

Tot een bepaalde leeftijd nemen de kinderen de genezingsverhalen vrij letterlijk en kan nog alles gewoon zomaar gebeuren zonder dat de waarom vraag gesteld wordt. Kabouters en Sinterklaas bestaan immers echt, tot op de leeftijd van 6 of 7 het ‘ongeloof’ begint door te dringen. De kans is groot dat u dus geconfronteerd gaat worden met vragen of dit wel kan.
In de evangelielezing wordt een vrouw genezen van haar bloedverlies en een meisje wakker gemaakt terwijl ze dood was. 
Als je dit letterlijk leest dan kan je dus worden aangeraakt door Jezus en je bent niet meer ziek, zoals de vrouw. Of je bent zo diep in slaap dat je eigenlijk al dood bent en Jezus kan je wakker maken. Dit kan aanleiding zijn tot vragen van de kinderen over hoe dat kan en vragen als “Waarom ging Oma dan wel dood? of waarom heeft mama kanker en maakt God haar niet beter?”
De vragen hieronder helpen u op weg om het gesprek aan te gaan.

Lees het Evangelie of één van de navertellingen en start met vragen te stellen hoe het evangelieverhaal bij de kinderen binnenkomt:

-  Wat gebeurde er in het verhaal?
-  Wat vind je bijzonder aan het verhaal?
-  Wat vind je raar?
-  Wat vind je leuk?
-  Wat begrijp je niet?
-  Waar wordt je boos van? Of bang? Of blij? 
-  Merk je iets van God in het verhaal? 
-  Wat leer je van het verhaal? 

TIP: U kunt deze vragen op kaartjes zetten en dan als praatkaartjes aan de kinderen voorleggen. Vertel de kinderen dat u vragen heeft over het verhaal die u aan ze gaat stellen. Laat ze reageren op de vragen. Zorg dat alle kinderen goed aan bod komen. Zo kunt u peilen hoe dit verhaal bij de kinderen overkomt en wat zij zich erbij afvragen.

Stel daarna de vraag:
- Heb jij ook wel eens meegemaakt dat iemand heel erg ziek was of zelfs dood ging?
Vraag door: Hoe zijn ze daar mee om gegaan? Gingen ze bidden en God vragen of iemand beter kon worden? Hielp dat? Hielp dat henzelf of hielp het ook diegene die ziek was?

bidden voor ziekenVertel de kinderen dat God onze gebeden en vragen vaak op en andere manier verhoort dan wij verwachten. Hij maakt iemand niet direct beter en mensen gaan dood ook al vraag je Hem dat niet te laten gebeuren. Maar als je iemand die ziek is of rouwt vertelt dat je aan God kracht vraagt voor hem of haar, dan helpt hen dat ook weer. De zieke krijgt kracht daardoor.
De zieke mensen zelf kunnen ook kracht vragen aan God. Hun angsten en verdriet aan God vertellen. Dat helpt hen om rustig te worden, en het aan te kunnen. Zo geneest God ook, op deze manier. Maar God heeft onze handen, voeten, woorden en ons geloof daarbij nodig.

U kunt dit gesprek afsluiten met het kindergedicht 'Durf te vallen'
Zie verder bij Extra’s hoe u dit gedichtje kunt gebruiken bij de creatieve verwerking.

Artikelen in dit thema Dertiende zondag door het jaar B