Header Sfeerbeeld nazomer potten met stiften school begint

steun adv kwd

Volg ons op facebook

4e zondag van de Veertigdagentijd jaar C

De gekleurde bril: Jaloezie verblindt je

zondag 31 maart 2019

Bijbel

Hier vind je een navertelling van de evangelielezing van deze zondag.
De andere lezingen uit het Oude en/of Nieuwe Testament worden vermeld.
De verwerkingen zijn gebaseerd op het Evangelie.

Navertelling Lucas 15,1-3+11-32

De evangelielezing van vandaag is is het verhaal van de barmhartige Vader en zijn twee zoons. Voor de jongste kinderen kan de navertelling gebruikt worden; voor wat oudere kinderen is de vertaling uit b.v. het Evangelieboek voor kinderen of de Bijbel in Gewone Taal ook heel goed te begrijpen.

Ken je je broer nog?

Jezus was een allemans vriend. Nooit vond hij iemand te min of te slecht om mee om te gaan. Veel belangrijke mensen vonden dat erg. Ze klaagden tegen elkaar: “Die man krijgt bezoek van slechteriken en vraagt ze zelfs of ze blijven eten.” Daarom vertelde Jezus hun een verhaal.

“Er was eens een man met twee zonen. Ze werkten samen op de boerderij. Maar op een dag zei de jongste zoon tegen zijn vader: “Vader, ik wil hier weg. Geef me het geld mee dat ik van je zou erven als je dood zou gaan.” Zijn vader gaf allebei de broers hun deel. De jongste zoon vertrok al snel de wijde wereld in. Hij had een lui leventje, totdat zijn geld op was. Toen moest hij gaan werken. In het land waar hij woonde was hongersnood. Het was niet makkelijk om een baantje te vinden. Uiteindelijk vond de jongen een baantje als oppasser van de varkens.

verloren zoon oudste zoonMaar hij had zelf nog minder te eten dan de varkens waar hij voor zorgde. En hij dacht terug aan thuis. Daar had iedereen, ook de knechten, genoeg te eten.
Hij trok naar huis. Onderweg bedacht hij dat hij tegen zijn vader zou zeggen: “Het spijt me zo, vader. Ik ben niet goed genoeg om uw kind te zijn. Maar misschien mag ik wel als knecht bij u werken.“

Zijn vader stond op de uitkijk en zag hem van ver al aankomen. Hij rende naar hem toe en sloot hem in zijn armen. “Het spijt me, vader, ik ben niet goed genoeg om uw kind te zijn…” begon de jongen. Maar de vader zei: “Wat ben ik blij dat je nog leeft. Kom, we geven een feestje.”

Ondertussen kwam de oudste zoon terug van het werk op het land. Hij hoorde muziek en snapte er niets van. “Wat is er aan de hand?”, vroeg hij. “Je broer is teruggekomen”, vertelden ze hem. Toen werd de oudste zoon woedend. Hij wilde niet naar binnen. Zijn vader kwam naar buiten en vroeg hem ook te komen feesten. Maar de oudste zoon zei: “Ik ben al die jaren bij u gebleven en ik heb hard gewerkt. Nooit heeft u een feestje voor mij gegeven. En nu komt die andere zoon van u thuis. Hij heeft al uw geld weggesmeten. Voor hem wordt er meteen van alles gedaan.” “Oh, mijn jongen”, zei de vader, “jij was er altijd. Alles wat van mij is is ook van jou. Maar nu ben ik zo blij en wil ik feesten. Feest met ons mee. Mijn andere zoon is jouw broertje. Hij leek dood en nu is hij er weer, hij was verdwenen en nu is hij weer gevonden. ”

Dit is het Woord van God
Kinderen: Wij danken God

Artikelen in dit thema 4e zondag van de Veertigdagentijd jaar C