Header Sfeerbeeld nazomer potten met stiften school begint

steun adv kwd

Volg ons op facebook

Pasen jaar A 2020

Feest! Psalm 118

zondag 12 april 2020

Achtergrond

Hier is informatie te vinden over de context van de lezing of de plaats en tijd in het kerkelijk jaar. Ook kan hier informatie over feesten, personen, gedenkdagen en gebruiken gevonden worden. 

Achtergrondinformatie psalm 118

Psalm 118
Voor Pasen leefden we met Jezus mee door psalm 22 centraal te zetten. Nu we blij zijn om het nieuwe leven zingen we onze dankbaarheid uit met psalm 118. Het is een psalm die begint met gejubel. Hij wordt als feestpsalm gebruikt tijdens verschillende joodse feesten zoals het Loofhuttenfeest en het Pesachfeest. Tegelijk speelt deze psalm een rol in het Nieuwe Testament en de interpretatie van de betekenis van Jezus, zowel voor als na Pasen. 

Het is onder andere deze verwijzing van Jezus naar de verworpen hoeksteen uit psalm 118 die zijn tegenstanders in Jeruzalem zo boos maakte dat ze besloten om hem aan te klagen en te laten doden. (Matteüs 21:42) Het begrip ‘hoeksteen’ vind je al in het Oude Testament. Een hoeksteen was de eerste steen waarmee de bouwers aan de slag gingen. Het moest een goede steen zijn, immers de kwaliteit van het hele bouwwerk hing ervan af. Deugde hij niet dan werd hij weggegooid. Zelfs de aarde wordt bij elkaar gehouden door hoekstenen door God uitgezocht (Job 38,6) Goede leiders werden eveneens met een hoeksteen vergeleken (Recht.20,2 en I Sam.14,38) 
Jezus past de tekst van psalm 118,22 toe op zichzelf. Dit is voor de Farizeeën aanleiding om een reden te zoeken om Hem te doden. 

hoeksteenNa Pasen wordt er door de eerste christenen op deze uitspraak van Jezus over zichzelf voortgebouwd. In de eerste brief van Petrus (1 Petrus 2:4-8) worden wijzelf als levende stenen rond Jezus de hoeksteen gegroepeerd.
Vele kerkgebouwen en Christelijke scholen worden gesierd door de naam De Hoeksteen. 

Psalm 118 (1-2 16ab-17 22-23)

Antifoon: Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt. 
Wij zullen hem vieren in blijdschap.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen.
Stammen van Israël, dankt de Heer:
eindeloos is zijn erbarmen. 

De Heer greep in met krachtige hand,
de hand van de Heer heeft mij opgericht.
Ik zal niet sterven maar blijven leven
en alom verhalen het werk van de Heer. 

De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.

Gedicht over de hoeksteen

Onderstaand gedicht van Jan Kal volgt het laatste  deel van de psalm en begint met de Hoeksteen die afgekeurd werd door de bouwlieden. 
Jan Pieter Kal, geboren in Haarlem op 18 december 1946 is een Nederlandse dichter die enorm productief is. Hij schrijft vooral sonnetten. Ook het gedicht over de Hoeksteen is een sonnet. Hij debuteerde in 1974 met de bundel Fietsen op de Mon Ventoux

De door de bouwlieden verworpen steen 
werd hoeksteen waar de tempel op kan bogen. 
Dit kwam door toedoen van de Heer alleen: 
het is verwonderlijk in onze ogen. 

Dit is de dag die dankzij God verscheen; 
laten wij deze vieren, opgetogen! 
Heer, maak ons vrij! Heer, leid ons ergens heen! 
Gezegend wie in Gods naam komen mogen. 

Wij zegenen u uit het huis van God. 
De Heer is God, Zijn licht schijnt op ons neer. 
Bindt aan de altaarhorens offerdieren. 
U bent mijn God, U zal ik loven God, 
U in de hoogte steken. Looft de Heer, 
want Hij is goed en eeuwig goedertieren. 

Jan Kal 

 

Artikelen in dit thema Pasen jaar A 2020